Johan Oskam neemt afscheid als bestuurder:
‘Kavelruil is mooi smeermiddel om dingen vlot te trekken’
Johan Oskam uit Purmerland heeft afscheid genomen als regiobestuurder van Stivas namens LTO Noord. Zo’n acht jaar was hij betrokken bij de stichting. In die periode zag hij van dichtbij hoe vrijwillige kavelruil kan bijdragen aan een betere agrarische structuur, ook al blijft het soms een kwestie van lange adem. Een terugblik.
In die bestuursperiode zag Oskam hoe vrijwillige kavelruil kan bijdragen aan een betere agrarische structuur in de regio. Volgens Oskam zit de kracht van Stivas vooral in het praktisch oplossen van knelpunten. “Vrijwillige kavelruil is een mooi smeermiddel om dingen die vastzitten een beetje vlot te trekken. Als je kavels dichter bij huis krijgt en minder versnippering hebt, levert dat direct voordeel op voor een ondernemer.”
Hoe kijk je terug op je tijd bij Stivas?
Oskam: “Stivas was voor mij niet de functie waar de meeste tijd in ging zitten, maar ik vond het wel nuttig werk. Je bent in feite de ogen en oren van een gebied. Je hoort wat er speelt, waar kansen liggen en of er misschien ruilen mogelijk zijn. Dat maakt het interessant. Vrijwillige kavelruil is toch een mooi smeermiddel om dingen die vastzitten een beetje vlot te trekken.”
Wat spreekt je aan in het werk van Stivas?
“Dat het echt om verbetering van de structuur gaat. Minder versnippering, kavels dichter bij huis, minder rijafstanden. Dat zijn heel praktische voordelen waar ondernemers direct iets aan hebben. Als het lukt om grond logischer neer te leggen, scheelt dat veel tijd en gedoe. Juist daarin zit voor mij de kracht van kavelruil.”
Heb je voorbeelden van ruilen die je zijn bijgebleven?
“In deze regio zijn best een paar mooie ruilen geweest. Ik denk bijvoorbeeld aan een bedrijf in Landsmeer, waar de ligging van de gronden niet ideaal was. Door te ruilen ontstond daar veel meer een aaneengesloten blok. Dan zie je echt wat het effect kan zijn van een goed georganiseerde ruil. Dat soort voorbeelden laat zien dat het instrument werkt, mits de omstandigheden goed zijn.”
Waarom is vrijwilligheid daarbij zo belangrijk?
“Omdat het uiteindelijk alleen lukt als mensen het zelf willen. Je kunt op de kaart vaak best bedenken hoe het logischer zou kunnen, maar in de praktijk hebben grondeigenaren natuurlijk ook hun eigen afwegingen. Dat is ook begrijpelijk. De kunst is om dan toch tot iets te komen waar iedereen voordeel in ziet. Daar zit precies de meerwaarde van Stivas.”
Is dat in de praktijk altijd eenvoudig?
“Nee, zeker niet. Kavelruil vraagt geduld. Zeker in gebieden waar veel door elkaar ligt of waar ondernemers letterlijk naar hun land moeten varen, zou je soms denken: hier liggen kansen genoeg. Maar tussen iets zien en het ook echt organiseren, zit nog een hele stap. Dat vraagt vertrouwen, tijd en duidelijkheid. En die duidelijkheid is er lang niet altijd meteen.”
Wat vraagt dat van een organisatie als Stivas?
“Veel kennis en flexibiliteit. Het is een kleine organisatie, maar wel een club met ervaring. Mensen als Monique van Peperstraten hebben enorm veel gebiedskennis en weten ook hoe de kaarten en eigendommen in elkaar steken. Dat is heel waardevol. Juist omdat je klein bent, moet je het hebben van vakkennis, korte lijnen en slim organiseren.”
Hoe zie je de betekenis van Stivas voor de toekomst?
“Ik hoop vooral dat de organisatie blijft bestaan. Ik vind het een nuttige club. Juist in een provincie waar de ruimte schaars is en belangen door elkaar lopen, blijft behoefte bestaan aan een instrument als vrijwillige kavelruil. Niet alles is ermee op te lossen, maar het kan wel degelijk helpen om gronden beter op de goede plek te krijgen.”
En hoe is het om zelf afscheid te nemen?
“Ik vind het helemaal niet erg om te stoppen. Op een gegeven moment is het ook goed geweest. Ik heb lang genoeg bestuurlijk werk gedaan, ook buiten Stivas. Dan komt er een moment dat anderen het moeten overnemen. Dat hoort er ook bij.”
Blijf je nog actief in het agrarische wereldje?
“Ja, zeker. Helemaal weg ben ik niet. Ik melk nog altijd een paar keer per week op een bedrijf in de buurt en ben nog bij een paar verenigingen betrokken. Ik vind het gewoon leuk om onder de mensen te blijven. Maar bestuurlijk mag het nu wel wat minder.”