Bart en Pim Schipper in Oostwoud
‘Kavelruilen helpen ons bedrijf bij groei’
Melkveehouders Bart en Pim Schipper uit Oostwoud hebben hun bedrijf in relatief korte tijd stevig uitgebouwd. Wat begon vanuit een klein veebedrijf met focus op de takken quotumbemiddeling en robotbegeleiding, groeide in ruim tien jaar uit tot een onderneming met meerdere locaties, verspreide percelen en verschillende takken.
Juist daardoor kreeg kavelruil voor de broers een belangrijke rol. Niet als doel op zich, maar als praktisch middel om grond logischer neer te leggen en verder te kunnen bouwen aan het bedrijf. “Als er ergens grond vrijkomt, ga je automatisch kijken wat dat voor jou én voor anderen kan betekenen”, zegt Bart Schipper. “Je moet elkaar ook iets gunnen, anders komt het niet van de grond.”
De oorsprong van het melkveebedrijf ligt in de jaren rond het aflopen van het melkquotum. Vader Piet Schipper, die zelf in quota handelde, zag toen nog duidelijk groeimogelijkheden in de sector. Tegelijk viel er werk weg in het bestaande handelskantoor en ontstond er ruimte om een nieuwe richting in te slaan. Voor Bart, die een agrarische opleiding volgde, viel dat samen met een al langer sluimerende wens om zelf een melkveebedrijf op te bouwen. “Aan de ene kant viel een tak weg, aan de andere kant kwam er een kans om te beginnen”, zegt hij.
Die groei verliep niet via één grote investering, maar in een reeks kleinere stappen. Plannen voor een nieuwe stal op een locatie bij het dorp liepen vast in procedures, bezwaren en later veranderende regelgeving. Toen die route steeds minder perspectief bood, kwamen andere mogelijkheden in beeld. Een buurman stopte, er kwam grond beschikbaar en uiteindelijk werd die locatie in Oostwoud verder ontwikkeld tot volwaardig melkveebedrijf. Daarnaast speelde ook de boerderij in Medemblik nog een rol in de ontwikkeling van het bedrijf.
Logisch instrument
In dat groeipad bleek kavelruil een logisch instrument. De broers hebben in de afgelopen jaren meerdere keren meegedaan aan ruilen, de ene keer op kleinere schaal, de andere keer in groter verband. Volgens Bart werkt dat alleen als er ruimte ontstaat en als partijen bereid zijn verder te kijken dan hun eigen erf. “Je moet zorgen dat iedereen zijn eigen voordeel ziet, zonder te kijken of de buurman misschien een nog groter voordeel heeft.”
De meest recente ruil, dit voorjaar onder de naam ‘Egboetswater’, die mede aanleiding was voor het gesprek, begon met een veehouder uit de regio die grond op afstand had liggen in Oostwoud, vlak bij de bedrijven van de Schippers. Dat perceel sloot goed aan op hun situatie. Tegelijkertijd liep op de achtergrond de verkoop van de gronden in Medemblik, waarvan de opbrengst weer gebruikt kon worden voor nieuwe aankopen. Formeel viel dat niet allemaal in dezelfde transactie, maar in de praktijk hoorde het volgens Pim wel degelijk bij dezelfde beweging. “Als je naar de liquiditeit kijkt, was het één verhaal. Alleen viel het niet precies tegelijk.”
De broers zien kavelruil dan ook nadrukkelijk als iets dat je actief moet benaderen. Zodra ergens grond te koop komt, gaat het denken in mogelijkheden meteen aan. Bart: “Soms is een perceel interessant om zelf te houden, soms juist om verder te schuiven als dat op een andere plek meer oplevert. Je kijkt meteen of iemand anders er strategisch iets aan kan hebben en of daar dan voor jou weer wat uit terug kan komen. Dat spel moet je wel zien.”
Dat actieve meedenken heeft het bedrijf veel gebracht. Verspreide kleine stukken zijn in de loop der tijd samengevoegd, percelen kwamen dichter bij huis te liggen en de bedrijfsvoering werd efficiënter. Volgens de broers zit daar ook de kracht van ruilen: niet alleen in hectares, maar vooral in logica. Minder losse kavels, minder transport en een betere aansluiting tussen grond en bedrijf. In eerdere grotere ruilen in de omgeving zagen ze bovendien hoe ook andere deelnemers daarvan profiteerden.